Beeldend vertellen

Rita: “Toen ik als tiener op internaat zat, richtte ik een koldergroepje op. Met onze voorstellingen brachten we de andere kinderen aan het lachen. Het was een van mijn eerste initiatieven om samen met een groep mensen een verhaal in een beeldtaal te vertellen. Het is altijd mijn grootste passie gebleven.

Jaren later vertelde ik mijn vader dat ik naar de theater-filmschool wilde, maar voor hem was dat het oord van verderf. Dus startte ik een studie Geneeskunde in Gent. Na een jaar schreef ik me toch in voor de toegangsproeven van het RITCS. Toen mijn vader dat ontdekte, werd hij ziek van bezorgdheid. Gelukkig draaide hij later bij. Hij werd zelfs fier op me." 

"In 1974 kwam ik terecht bij de toenmalige BRT. Daar was altijd werk en ook veel variatie. Elk jaar werden de programma’s verdeeld. Als er iets voorgesteld werd dat ik nog nooit gedaan had, stak ik meteen mijn hand op. Je hebt niet altijd controle over hoe je leven loopt, maar ik wilde de kansen grijpen als ze voorbijkwamen. Ik voelde me een gelukzak, want ik kon unieke dingen doen en kwam op plaatsen waar anderen niet kwamen." 

" ‘s Nachts meevliegen in de cockpit voor een testlanding in Londen. De modewereld meemaken in het programma De Rode Loper met Martine Prenen. Een tv-kok volgen voor het kookprogramma Kwizien. Of een reizend circus volgen voor het natuurprogramma Allemaal Beestjes. Dat laatste was lang niet altijd gemakkelijk, maar de adrenaline en het najagen van de goeie beelden dreven ons voort.” 

Als je eenmaal in opname gaat, moet je verder. Ook als er iets misloopt.

Live regie en reportages

Rita: “Veel van de programma’s die ik maakte, waren live vanuit de studio. Mijn eerste show duurde tachtig minuten. Ik was op van de zenuwen, maar als je eenmaal in opname bent, moet je doorgaan. Het is als een trein die vertrekt. Als er iets misloopt, moet je anticiperen en zorgen dat de kijker het niet of nauwelijks merkt. Als dan op het einde de camera’s uitgezet worden, lijkt het alsof je uit een grot komt. De ontspanning en gelukzaligheid die je dan voelt, zijn enorm. Alleen daarvoor al zou ik het gedaan hebben." 

"Een reportage verloopt dan weer helemaal anders. Je bereidt je voor en plant welke shots je nodig hebt om het verhaal te maken. Tijdens de opnames probeer je het beeld te maken dat in je hoofd zit, maar soms loopt het anders en dan moet je schakelen. Bij het maken van de montage moet je je hoofd er dan goed bij houden, zodat het verhaal nog klopt. Bij een reportage vond ik die eindfase het heerlijkst. Je ziet dan het verhaal in de montagecel echt groeien!” 

Geboortes en doodsangsten

Rita: “Het natuurprogramma Allemaal Beestjes was mijn favoriet. Omdat de ervaringen indrukwekkend waren én je de verhalen niet van tevoren kon plannen. Een dier kan je niet regisseren. Het verhaal creëerden we op basis van de beelden die we hadden gemaakt. Zo moesten we in Alaska ooit pelsrobben filmen. Ik herinner me dat we balanceerden op de smalle brug die over een kolonie was gebouwd, wachtend tot we een geboorte konden filmen. Na uren wachten besloten we het op te geven. En nét op dat moment werd er een pelsrobje geboren! Ik huilde van geluk." 

"Maar niet alle ervaringen waren even vredevol. Er waren ook beangstigende momenten. Toen we in Arizona filmden, zag ik door mijn verrekijker een grizzlybeer. Heel klein zag hij eruit, zo in de verte. Niet veel later fluisterde onze cameraman, Marcel: ‘Rita, niet bewegen.’ Achter mij, nog geen drie meter van me vandaan, stond de beer. Op dat moment neemt je overlevingsinstinct over; ik bleef stokstijf stilzitten. Na een paar minuten liep de beer gelukkig weer rustig weg.” 

Nog steeds oog voor detail

Rita: “Tv maken bij de BRT was zoals een brood bakken: je krijgt een opdracht en die moet op een afgesproken datum klaar zijn. Het was niet meer dan dat, en tegelijk heb ik me fantastisch geamuseerd. Reizen doe ik niet meer, maar als ik in Antwerpen ga wandelen, geniet ik van het rondkijken. Als ik in de tram zit, zie ik allemaal verhalen voorbijkomen. Als ik in de natuur ben, zie ik een druppeltje dat een weg naar beneden zoekt. Zonder die nieuwsgierigheid zou ik geen regisseur geworden zijn, maar ook nu ik al lang met pensioen ben, zou ik dat oog voor geen geld willen missen.” 

Als ik iets nog nooit gedaan had, wilde ik het proberen.

Van pellicule tot digitaal

Rita: “Ik heb nog de hele evolutie meegemaakt van pellicule tot digitaal. In het begin draaiden we op pellicule, een zwart-witfilm. We draaiden zuinig. We mochten ‘1 op 3’ draaien, dus als we twintig minuten programma moesten maken, dan namen we zestig minuten pellicule mee. Als je maar drie kansen hebt, moet je goed voorbereid zijn."

"Nadat we gefilmd hadden, moest die film ontwikkeld worden. De meters film werden gesorteerd en in bakjes gehangen per opname. Daarna bereidde ik de montage voor en werd alles aan elkaar geplakt. Heerlijk was dat. Je zag het letterlijk groeien. Een overvloeier moest in die tijd nog gemaakt worden met verschillende beeldbanden. Echt ambachtelijk. Ik ben blij dat ik die evolutie heb meegemaakt. Het was een enorm boeiende ervaring.”